Door Rien Fraanje, secretaris-directeur Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB)

Het decentraal bestuur heeft sinds het begin van deze eeuw flink aan belang gewonnen. Het Rijk heeft in verschillende etappes tal van taken gedecentraliseerd naar provincies en vooral gemeenten. Komende jaren komen nieuwe opgaven op provincies en gemeenten af, dit keer vooral in het fysieke domein. De doelen en voornemens die voortkomen uit het Klimaatakkoord zullen eveneens voor wat betreft de implementatie op het bord van gemeenten en provincies komen te liggen. In zijn Signalement ‘Kennis delen’ concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur dat met de decentralisatie van taken de urgentie om kennis te delen is toegenomen. Wisselwerking en wederkerigheid zijn daarbij de sleutelwoorden. De nationale kennisinstellingen beschikken over kennis die voor decentrale overheden van groot belang is en andersom is in de regio’s belangwekkende informatie beschikbaar is die de nationale kennisinstellingen en in het verlengde daarvan de Haagse beleidsmaker en beslissers heel goed kunnen gebruiken. In deze Workshop bespreken we wat nodig is om kennis te delen. Welke obstakels zijn er (nog)? Hoe kunnen we elkaar helpen?

Rien Fraanje zal het Signalement Kennis delen onder de aandacht brengen.

Door Elisabeth IJmker, adviseur Chief Science Office, gemeente Amsterdam

Openresearch.amsterdam is een digitaal platform voor onderzoek, kennis en innovatie over Amsterdam en de metropoolregio. Het doel van het platform is om kennis te delen, relaties zichtbaar te maken en samen te werken aan onderzoek. Het platform is ontstaan uit een samenwerking tussen de gemeente en kennisinstellingen in Amsterdam, en wordt ontwikkeld door het Chief Science Office van de gemeente Amsterdam, dat zich bezighoudt met het verbinden van onderzoek en beleid in de stad. Het platform openresearch verzamelt onderzoek in de stad en maakt zichtbaar wie met welk onderzoek bezig is in de stad. Tijdens deze workshop laten we zien hoe het platform werkt en welke mogelijkheden het kan bieden voor andere steden

Door Marieke Jonker-Verkaart, ruimtelijke adviseur wonen en Maarten van Son, bestandsanalist/beleidsonderzoeker

Om de problemen op de Utrechtse woningmarkt te lijf te gaan, werkt de gemeente Utrecht intensief samen met woningcorporaties en marktpartijen. In het Stadsakkoord Wonen, dat onder deze samenwerking ligt, zijn afspraken gemaakt over onder meer een langdurig hoge woningbouwproductie, een inhaalslag op het middensegment, een betere doorstroming, het op peil brengen van de sociale voorraad, en over meer gemengde wijken. Actuele data op zo laag mogelijk schaalniveau is cruciaal om te sturen op deze ambities. In nauwe samenwerking tussen onderzoekers, beleidsadviseurs en partners uit het Stadsakkoord is een Monitor Wonen ontwikkeld. In deze monitor zijn verschillende databestanden met elkaar gecombineerd, waarmee een actueel en gedetailleerd beeld is ontstaan van de woningvoorraad, woningproductie en woonsituatie van Utrechtse huishoudens. De resultaten zijn opgenomen in een dashboard. De ontwikkeling van een Monitor Wonen, maar ook de nauwe samenwerking tussen onderzoekers en beleidsadviseurs, heeft geleid tot nieuwe ervaringen en inzichten die we tijdens deze workshop graag willen delen.

Betekenisvol sturen en verantwoorden Maatschappelijke Ontwikkeling

Door Robin Tromp, onderzoeksadviseur Maatschappelijke Ontwikkeling en Onderzoek & Advies Gemeente Utrecht

Impact met data. Dat is wat steeds meer gemeenten willen. Noem het kennisgedreven of datagedreven werken. Maar hoe maak je nu echt breed impact met data, van raad tot professional? Hoe kom je tot een lerend systeem op basis van informatie? De gemeente Utrecht werkt in het sociaal domein sinds 2015 met een model van betekenisvol sturen. Data staat daarin niet op zichzelf en is nadrukkelijk onderdeel van een breder perspectief. In deze workshop gaan we zelf betekenisvol sturen, nemen we je mee in de veranderde rol van de onderzoeker en beleidsmaker, de discussies die het oplevert en verkennen we hoe je het kunt toepassen.

Hoe kunstmatige intelligentie de stad schoner kan maken tegen lagere kosten.

Door Dick Joosten en Ling-Po Shih, data scientists bij gemeente Utrecht

Over de afgelopen 3 jaar heeft de gemeente Utrecht in een proefgebied 3 veegwagens uitgerust met registratieapparatuur om een beeld te krijgen van de effectiviteit van de huidige routes. Met de gegevens die hiermee verzameld zijn, is gekeken waar, wanneer en hoe lang er in het gebied geveegd is. Op basis hiervan is een eerste optimalisatie uitgevoerd om de verhouding veegtijd/rijtijd te verbeteren (routeoptimalisatie) .

In de vervolgstap wordt gekeken naar de frequentie dat op een plek wordt geveegd en de tijd die hieraan dan wordt besteed (de intensiteit). Op basis van de aanname dat een hogere intensiteit wijst op een sterkere vervuiling, wordt op plaatsen met een hoge intensiteit de bezoekfrequentie verhoogd en op plaatsen met een lage intensiteit de frequentie verlaagd.

De aanname dat een hoge veegintensiteit wijst op sterke vervuiling is waarschijnlijk onvolledig. Andere factoren zoals obstakels , verkeer en begroeiing kunnen invloed hebben de veegtijd op een plek. Door een AI-model te trainen om verschillende componenten van straatvuil te herkennen op camerabeelden, willen we een dataset creëren om de werkelijke vervuiling te bepalen. Hiermee kunnen we de eerdere veegfrequenties corrigeren.

Uit de historische gegevens blijkt al dat er een hoge variatie is in de vervuiling. Met de data die het AI-model creëert, willen we onderzoeken welke factoren deze variatie beïnvloeden.  Met deze factoren kunnen we een voorspellend model ontwikkelen als basis voor een dynamische routeplanning.


Door Wim van Bogerijen, senior beleidsadviseur onderzoek/ expert bij dienst stedelijke ontwikkeling; Marlies Grimbergen, senior beleidsonderzoeker Afdeling Programmamanagement, Strategie en Onderzoek (PSO) van Dienst Stadsontwikkeling Den Haag

  • Wanneer is er sprake van kennisgedreven beleid? Hoe gaat dat in zijn werk? Wanneer is het geslaagd?
  • Wat maakt kennisgedreven beleid bijzonder?
  • Veronderstelt kennisgedreven beleid dat er ook beleid is dat niet-kennisgedreven is?
  • Welke kennis is nodig om beleid te maken? Wat is de rol van onderzoek in kennisgedreven beleid?

Aan de hand van de recent ingevoerde huisvestingsvergunning in Den Haag voor woningen met een huur tot 950 euro gaan Marlies Grimbergen en Wim van Bogerijen, beiden senior onderzoekers bij de gemeente Den haag, op bovenstaande vragen in. De theorie van de beleidscyclus wordt getoetst aan een weerbarstige praktijk.

 

Door Mariëlle den Hengst, researcher informed decision making en projectmanager Real-Time Intelligence Lab, Politie Den Haag

Informatiegestuurde politie (IGP) is de jongste strategie na ‘community policing’ en ‘problem oriented policing’ volgens welke de Nederlandse politie voor een groot deel al werkt. Er leven hoge verwachtingen rond informatiegestuurde politie. Ondanks de goede initiatieven die de afgelopen jaren door de politiekorpsen in gang zijn gezet, is er nog maar weinig breder bekend over hoe IGP daadwerkelijk werkt. Kom in deze workshop meer te weten hoe de politie informatiegestuurd werkt: Het is de vertaling van informatie, via intelligence naar operatie.

Door: Krijn van Beek, Policy Design Studio

Veel kennis en onderzoek leert je wat je allemaal fout kan doen. Maar uiteindelijk moet je als beleidsmaker wel iets leveren: een voorstel, een plan, een interventie. Knutselend met kennis en onderzoek moet je iets maken. Beleid maken is daarom ook een creatief proces. Kennis en onderzoek maken nog geen beleid – dat moet jij doen. Het creatieve aspect wordt echter zelden serieus genomen. Er is alle reden om dat wel te doen en er zijn ook methodes en technieken voor. De policy design-methodiek is zo’n methode die je daarbij kunt gebruiken. De deelnemers aan deze workshop worden ingewijd in het scheppende en creërende aspect van beleid en strategie maken.

Door: Roelof Schellingerhout, Sociaal en Cultureel Planbureau; Ingrid Ooms, Sociaal en Cultureel Planbureau; Rob Gilsing, lector Jeugdhulp in Transformatie, Haagse Hogeschool; Kaspar Bams, afdeling Onderzoek & statistiek, gemeente Zoetermeer

Er zijn grote verschillen tussen wijken in het aandeel jongeren dat jeugdhulp zonder verblijf gebruikt. Hoe kan dat? Een landelijk model van het SCP laat zien in hoeverre dergelijke verschillen samenhangen met kenmerken van inwoners van die wijken, zoals armoede of het aandeel eenoudergezinnen. Vaak ligt het door het model verwachtte gebruik dicht bij het werkelijk gebruik, maar soms niet (zie Figuur). Wat zou nog meer een rol kunnen spelen? Verder kwalitatief en kwantitatief onderzoek op regionaal niveau kan helpen het antwoord te vinden. Het kennisnetwerk Jeugd Haaglanden voert op dit moment een dergelijk onderzoek uit, waarbij men met betrokkenen (zoals professionals) zoekt naar aanvullende verklaringen.

In de workshop laten we zien wat het model inhoudt, wat de noodzaak is van regionaal onderzoek en hoe gemeenten de inzichten toe kunnen passen: wat zou u hier aan hebben?

Verschilscore (werkelijk – verwacht) gebruik van jeugdhulp zonder verblijf 2017

Digitale kaarten: https://digitaal.scp.nl/jeugdhulp-in-de-wijk/

 

 

 

Door: Marn van Rhee, Onderzoeker gemeente Rotterdam, Lid denktank GFT in de Hoogbouw; Wouter Rikken, Beleidsmedewerker Afvalinzameling  gemeente Rotterdam, Lid stuurgroep GFT in de Hoogbouw

Zes gemeenten hebben de afgelopen jaren onder – centrale regie van één denktank – pilots uitgevoerd met inzameling van GFE-afval in de hoogbouw. Door middel van nudging zijn bewoners gestimuleerd hun GFE-afval apart in te zamelen.

Daar is veel van geleerd. In deze workshop wordt je deelgenoot van een grote diversiteit aan nieuwe inzichten.

Aan bod komen (onder andere)

  • Belangrijke lessen bij het opstarten van een veldexperiment
  • Meten van gedrag – mooi bedacht, maar kan het ook zoals verwacht?
  • Romdomized-controll in het veld, “the devil is in the detail”
  • Effecten van diverse vormen van nudging
  • Prachtige bijvangst aan inzichten, zoals
  • Effecten van betrokkenheid bij onderwerp op bereidheid enquête-deelname
  • Effecten van enquête-deelname op gedrag

Wat doet het beleid met deze inzichten?

Enkele voorbeelden uit de Rotterdamse praktijk.

© Copyright - VSOnet.nl

Door:
Dagvoorzitter

Door:
Remko van der Drift

Door:
Caroline Nevejan

Door:
Matthieu Weggeman

Door:
Joep van Deudekom

Door:
Michiel Dullaert,

Door:
Esther Fennema,

Door:
Lisa Verwoerd, onderzoeker PBL
Hendrik Bloemert, PBL

Door: Jeroen Frissen, adviseur Circusvis | sociale huisvesting

Hij geeft een presentatie over lokale kaarten en een landelijk onderzoek naar veerkracht.

Aansluiting bij congresthema: informatie van de wooncorporaties en samenwerking daarmee.

Door:
Hilko de Boer, eigenaar Finolia BV; adviseur planning & control

Over dashboards die er niet toe doen, en hoe data wel kan helpen om een in control statement af te geven

Steeds meer gemeenten denken na over een ‘in control statement’. Wat is dat? En kan data daarin van toegevoegde waarde zijn? We gaan in op de informatiebehoefte op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Wat zijn effecten die we nastreven als organisatie en waarom is data daarin belangrijk.

Hoe kan jij datasturing verbeteren in jouw organisatie? In deze workshop leer je dat urgentie de start is van een verandering. Je leert welke urgenties je kunt gebruiken om datasturing op strategisch niveau te brengen zodat het de aandacht krijgt die het verdient. Een in control statement kan je zomaar eens helpen, niet om dashboards te ontwikkelen, maar vooral om samen data te gebruiken voor een betere planning en control. Daardoor wordt jouw data gebruikt voor strategische beslissingen.

Door:
Martha Klein, s
Paul Padding, voorzitter werkgroep data en monitoring energietransitie at IPO

  • Samenwerking VNG/IPO/RES/EZK
  • monitoring heb je nodig om als organisatie te leren
  • lessen uit het samenwerkingstraject

Door:
Robin Tromp, strategisch onderzoeksadviseur, gemeente Utrecht
Martin Jansen, strategisch adviseur Digitale Innovatie, gemeente Utrecht

70-20-10 = werken en leren slimmer verbinden. Het meeste leren we immers tijdens ons werk. Soms leren we door uitwisselen met elkaar of als we naar een cursus of congres gaan. Het 70-20-10 leren geeft meer gewicht aan het leren in en van ons dagelijkse werk (70%) en met elkaar (20%) en minder aan het formele leren (de cursussen, 10%). De gemeente Utrecht is in 2020 gestart met het opbouwen van een leernetwerk volgens het 70-20-10 principe voor alle dataprofessionals in de gemeente. Daarbinnen is de groep datacoaches een van de eerste vakgroepen die deze leermethodiek toepast. Tijdens de workshop krijg je een korte intro in het 70-20-10 concept, hoor je hoe we dit in Utrecht hebben toegepast en welke uitdagingen we tegenkomen.

Door:
Lydia Geijtenbeek, senior datascientist CBS

Gemeenten hebben voor het uitvoeren van hun regierol in de energietransitie veel data nodig. Op dit moment is een deel van de gegevens die gemeenten nodig hebben niet beschikbaar, bijvoorbeeld als het gaat om informatie over draagvlak, besparingsbereidheid, etc. Gemeenten verzamelen dit soort informatie soms via enquêtes, maar deze zijn erg arbeidsintensief en tijdrovend, waardoor dat eigenlijk niet goed haalbaar is voor alle wijken die de komende jaren aardgasvrij worden. Het CBS heeft echter informatie uit een groot aantal enquêtes op landelijk niveau, zoals het WOON onderzoek. Daarbij zitten respondenten door heel Nederland, maar er zijn niet genoeg respondenten in een wijk om direct een beeld te krijgen van het draagvlak in die wijk. In dit project vertalen we deze landelijke informatie met behulp van artificial intelligence naar gegevens op een lager regionaal niveau (gemeenteniveau en/of wijkniveau). Meer specifiek: CBS heeft eerst een factoranalyse gedaan op de energie-gerelateerde vragen in het WOON onderzoek. Daarna wordt een decision tree gebruikt om een landsdekkend beeld te creëren van een aantal van de factoren. Op deze manier krijgen we per wijk een beeld van hoe belangrijk mensen het vinden om hun investering terug te verdienen, en in welke wijken mensen nog weinig gedaan hebben. Dit helpt gemeenten in hun communicatie met inwoners.

Door:
Freek Hofste, Design Thinking Specialist gemeente Utrecht

De workshop Design Thinking geeft je een inkijk in de ontwerpmethode die al sinds de jaren tachtig wordt gebruikt in de productdesign wereld. Design Thinking biedt een manier om multidisciplinaire teams in co-creatie te laten werken aan complexe vraagstukken door veel ruimte te geven voor creativiteit en holistisch naar een probleem te kijken. Sinds een aantal jaren wordt design thinking steeds meer toegepast binnen de overheid.

We zullen in drie kwartier ingaan op de theorie en een korte oefening doen om de beginselen van het Design Thinken te ontdekken.

Door:
Eva Kunseler, onderzoeker PBL
Lisa Verwoerd, onderzoeker PBL